Thuis Aanmelden Registreren Zoeken Over Gezocht Naar mijn weblog Contact
Onze voorouders
Print Voeg bladwijzer toe

Welkom

Welkom op deze site. Deze site is opgezet om de resultaten van mijn stamboomonderzoek te delen.
Het onderzoek richt zich op de voorouders van mijn vader - Cornelis Bos - en mijn moeder - Betje Evers - en op de voorouders van de vader - Jan van Dijk - en moeder - Dirkje van den Brandhof - van mijn vrouw


Veel gestelde vragen

Vraag:Ik behoor wel tot één van de genoemde families maar zie mijn naam niet in een lijst.
Antwoord:Waarschijnlijk heb je je niet aangemeld bij de website: De gegevens van nog levende personen zijn om redenen van privacybescherming niet zichtbaar voor willekeurige bezoekers. Alleen bezoekers die een toegang van mij hebben gekregen en zich aanmelden kunnen die gegevens wel zien.
>>Op deze pagina vind je nog meer veel gestelde vragen.


Ataxia Teleangiectasia

De kans is groot dat u nog nooit gehoord heeft van Ataxia Telangiectasia (A-T).
Omdat er maar ongeveer 15 kinderen in Nederland zijn met A-T is dat ook niet zo vreemd.

Ataxia Teleangiectasia is een erfelijke ziekte die gekenmerkt wordt door evenwichtsstoornissen, vaatafwijkingen op het oogbolwit en problemen met de afweer tegen infecties.
En hoewel de kans op overerving maar heel klein is, zijn in de nakomelingen van Geurt Evers en Jacoba Wilhelmina van De Glind twee nakomelingen die deze genetische afwijking hadden en er op jonge leeftijd aan overleden.
Het ging om een kleinzoon en een achterkleindochter. Als je nagaat dat dat zowel de vader als de moeder drager van de genetische afwijking moeten zijn, kun je wel spreken van een heel erg groot toeval dat twee personen binnen een familie de genetische afwijking hadden.

De Twan Foundation werft financiën voor onderzoek naar A-T in Nederland. Dit onderzoek wordt vooral gedaan in het Radboudumc in Nijmegen

Op hun website (zie hieronder) is veel informatie te vinden over de ziekte.

Website van Twanfoundation »

 

Enkele verhalen

Sommige verhalen, over personen die in deze stamboom zijn genoemd, zijn de moeite van het vertellen waard. Hieronder zijn een paar van die verhalen opgeschreven.

Maria van de Peppel

(gelieerd aan de Parenteel van de familie Van Dijk)
Maria van de Peppel werd ingeschreven in het geboorteregister van De Bilt op 19 juli 1833. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand schreef: vondeling op de hofstede de Blauwe Schorteldoek in de hooiberg gevonden, gewonden in een oude doek zonder enige kleding of enige kentekeningen, schijnende oud te zijn twee dagen. Zij kreeg de naam Vrijdag.

Zij werd ter hand gesteld aan Hendrica Chistina Welle huisvrouw van Wilhelmus Bos.
Op 1 augustus1856 (ze was inmiddels op 18 mei van dat jaar gehuwd met Hannes van Dijk) werd ze erkend onder de naam Maria van de Peppel.
Een bijzonderheid is dat bij het huwelijk Hannes van Dijk en Maria van de Peppel verklaarden "voor hunne dochter te erkennen . . het kind van het vrouwelijke geslacht genaamd Cornelia Vrijdag hetwelk op 27 september des vorigen jaars (in 1855 dus J.B.) alhier is geboren uit Maria Vrijdag volgens geboorteakte van dezelfde dag".
Op 11-12-1878 kreeg Cornelia in Amerongen een dochter: Cornelia (van Dijk). Op 13-11-1884 trouwde Cornelia met Aart Melis van Maanen. Aart Melis erkende Cornelia (van 1878) als zijn dochter en sedertdien heette deze kleindochter van Hannis van Dijk dus Cornelia van Maanen.
Link naar het gezinsoverzicht van Maria van de Peppel

Arend van den Brandhof

In 1813 begon de jonge Arend zijn studie godgeleerdheid in Utrecht. In 1817 stond hij ingeschreven als letterenstudent aan het atheneum van Franeker.
Hij was al tijdens zijn leven een predikant die de indruk wekte enigszins buiten de boot te vallen. Hij kreeg weinig beroepen, diende slechts twee kleine gemeenten, Schalkwijk (1821-1825) en Elst in Utrecht (1825-1845), en had nauwelijks bestuurlijke functies, noch binnen de classis Rhenen-Wijk, noch op provinciaal niveau. En toch had ds. Van den Brandhof ambities om nog eens wat anders te gaan doen.

Het kolonisatieplan om tweehonderd boerengezinnen naar Suriname te laten vertrekken was bedacht door drie predikanten: Benting, Copijn en Van den Brandhof. Het had de goedkeuring van de Nederlandse regering. Op 10 mei 1845 vertrok de eerste groep uit Nederland en vestigde zich in de plaats Voorzorg aan de Saramacca rivier. De kolonisatie werd een mislukking. Door epidemieën verloor de helft van de groep het leven. In 1849 vertrok een deel van de kolonisten naar een gebied ten westen van Paramaribo. Zij hadden succes en anderen volgden hun voorbeeld. In 1853 werd de kolonisatie bij Voorzorg officieel opgeheven. Het experiment had 600.000 gulden gekost, waarvan meer dan de helft was uitgegeven aan bestuurskosten. In 1855 schreven de boeren aan de Staten Generaal dat de Nederlander in Suriname werken kan en brood kan verdienen met eigen handenarbeid.
Zie ook website
en ook deze
en deze


Arend van den Brandhof

In 1813 begon de jonge Arend zijn studie godgeleerdheid in Utrecht. In 1817 stond hij ingeschreven als letterenstudent aan het atheneum van Franeker.
Hij was al tijdens zijn leven een predikant die de indruk wekte enigszins buiten de boot te vallen. Hij kreeg weinig beroepen, diende slechts twee kleine gemeenten, Schalkwijk (1821-1825) en Elst in Utrecht (1825-1845), en had nauwelijks bestuurlijke functies, noch binnen de classis Rhenen-Wijk, noch op provinciaal niveau. En toch had ds. Van den Brandhof ambities om nog eens wat anders te gaan doen.

Het kolonisatieplan om tweehonderd boerengezinnen naar Suriname te laten vertrekken was bedacht door drie predikanten: Benting, Copijn en Van den Brandhof. Het had de goedkeuring van de Nederlandse regering. Op 10 mei 1845 vertrok de eerste groep uit Nederland en vestigde zich in de plaats Voorzorg aan de Saramacca rivier. De kolonisatie werd een mislukking. Door epidemieën verloor de helft van de groep het leven. In 1849 vertrok een deel van de kolonisten naar een gebied ten westen van Paramaribo. Zij hadden succes en anderen volgden hun voorbeeld. In 1853 werd de kolonisatie bij Voorzorg officieel opgeheven. Het experiment had 600.000 gulden gekost, waarvan meer dan de helft was uitgegeven aan bestuurskosten. In 1855 schreven de boeren aan de Staten Generaal dat de Nederlander in Suriname werken kan en brood kan verdienen met eigen handenarbeid.
Zie ook website
en ook deze
en deze

Deze site werd aangemaakt door The Next Generation of Genealogy Sitebuilding v. 13.0.3, geschreven door Darrin Lythgoe © 2001-2021.

Gegevens onderhouden door Jan Bos.


Over Ons | Achternamen | Statistieken | Wat is er nieuw | FAQ