4 geslachten uit de Gelderse Vallei en de Utrechtse Heuvelrug
In 1813 begon de jonge Arend zijn studie godgeleerdheid in Utrecht. In 1817 stond hij ingeschreven als letterenstudent aan het atheneum van Franeker.
Hij was al tijdens zijn leven een predikant die de indruk wekte enigszins buiten de boot te vallen. Hij kreeg weinig beroepen, diende slechts twee kleine gemeenten, Schalkwijk (1821-1825) en Elst in Utrecht (1825-1845), en had nauwelijks bestuurlijke functies, noch binnen de classis Rhenen-Wijk, noch op provinciaal niveau. En toch had ds. Van den Brandhof ambities om nog eens wat anders te gaan doen.
Het kolonisatieplan om tweehonderd boerengezinnen naar Suriname te laten vertrekken was bedacht door drie predikanten: J.H. Betting, A. van den Brandhof en D. Copijn (een zwager van Van den Brandhof). Het had de goedkeuring van de Nederlandse regering. Op 10 mei 1845 vertrok de eerste groep uit Nederland en vestigde zich in de plaats Voorzorg aan de Saramacca rivier. De kolonisatie werd een mislukking. Door epidemieën verloor de helft van de groep het leven. In 1849 vertrok een deel van de kolonisten naar een gebied ten westen van Paramaribo. Zij hadden succes en anderen volgden hun voorbeeld. In 1853 werd de kolonisatie bij Voorzorg officieel opgeheven. Het experiment had 600.000 gulden gekost, waarvan meer dan de helft was uitgegeven aan bestuurskosten. In 1855 schreven de boeren aan de Staten Generaal dat de Nederlander in Suriname werken kan en brood kan verdienen met eigen handenarbeid.